
Gisteren heb ik met een schuin oog naar de eerste aflevering van
Koefnoen gekeken. Met mij keken nog 1.734.999 medelanders, best goed bekeken dus. Maar dat ik met een schuin oog keek heeft alles te maken gehad met het feit dat het programma mij niet erg kon boeien. Aan het begin nog een flauwe grap over Kopspijkers, dat de heren daarmee demonstratief achter zich lijken te willen laten. En dat is natuurlijk een foute grap, want Kopspijkers was voor hen het podium waardoor ze populair zijn geworden.
Spits schrijft vol energie over dit nieuwe pro- gramma van
Paul Groot en
Owen Schumacher hetgeen niet helemaal werd waargemaakt naar mijn mening. De gebruikelijke -Kopspijker- typetjes kennen we al, en dus moesten de heren nieuwe imitaties aanboren om vernieuwend te kunnen zijn. Daarmee lijken ze zich een beetje te verstappen. Ze zijn goed, maar er is een grens en dan wordt het teveel van hetzelfde. Ik denk dat Jack Spijkerman goed heeft aangevoeld dat die formule dreigde op te drogen. Bovendien waren ze onderdeel van een show en nu moeten ze zelf een volwaardig program- ma dragen. Ik haak nog niet af, maar het is nog niet het programma waarvoor ik thuis blijf.